ECLI:NL:CRVB:2010:BN1280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische en arbeidskundige grondslag
Appellante, voormalig kantoorbediende, werd sinds 1977 wegens reumatoïde artritis en een hypofysetumor arbeidsongeschikt verklaard met een uitkering van 80-100% WAO. In 2007 herzag het UWV haar arbeidsongeschiktheid op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek naar 35-45%, later aangepast naar 55-65% na een nadere beoordeling.
Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening en verwees naar aanvullende medische rapporten en onderzoek van het LUMC, waarin cognitieve beperkingen werden gesuggereerd. De Raad oordeelde echter dat deze onderzoeken onvoldoende bewijs leverden voor extra beperkingen en dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het UWV-besluit voldoende deugdelijk waren.
De Raad vond geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te raadplegen en achtte de voorgestelde functies geschikt voor appellante, gelet op haar functionele beperkingen. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigt deze uitspraak, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering per 27 januari 2008 wordt bevestigd met een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.