ECLI:NL:CRVB:2010:BN1615
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bijstandsuitkering vreemdeling zonder verblijfsvergunning
Verzoeker, een meerderjarige vreemdeling van Chinese nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning onder de beperking dat hij buiten zijn schuld niet kan vertrekken. Tevens vroeg hij een bijstandsuitkering aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), welke door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage werd afgewezen omdat hij niet gelijkgesteld kan worden met een Nederlander.
De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing ongegrond. Verzoeker stelde dat hij in een noodsituatie verkeerde en dat er buiten het wettelijke kader toch een voorziening mogelijk was. Hij voerde aan dat hij niet wil blijven en alles heeft gedaan om terug te keren, en dat discriminatie naar nationaliteit onaanvaardbaar is.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat verzoeker geen vreemdeling is als bedoeld in artikel 11 van Pro de WWB en dat artikel 16, tweede lid, van de WWB toepassing vindt, waardoor zelfs bij dringende redenen geen uitkering kan worden toegekend. Er was geen reden om anders te oordelen, mede omdat de verblijfsvergunning nog niet was toegekend en het bevoegde bestuursorgaan nog niet had beoordeeld of verzoeker aan de voorwaarden voldeed.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat niet aannemelijk was dat de aangevallen uitspraak in hoger beroep niet in stand zou blijven. De voorzieningenrechter deed uitspraak zonder zitting en veroordeelde verzoeker niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker geen recht heeft op bijstand volgens de WWB.