ECLI:NL:CRVB:2010:BN1688
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep in zaak arbeidsongeschiktheid UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake zijn arbeidsongeschiktheid. Het UWV gaf aan dat een gewijzigde beslissing op bezwaar zou worden afgegeven, waarin appellant per 27 mei 2008 ongewijzigd voor 80-100% arbeidsongeschikt werd beschouwd.
De gemachtigde van appellant liet vervolgens weten dat appellant zich kon vinden in deze nieuwe beslissing en verzocht de Raad om uitspraak te doen met inachtneming van deze nadere beslissing. Tevens werd medegedeeld dat geen verzoek tot vergoeding van proceskosten zou worden ingediend.
Gezien het feit dat appellant geen belang meer had bij een beoordeling van het hoger beroep, verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen veroordeling in de proceskosten uitgesproken. Het griffierecht werd aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.