ECLI:NL:CRVB:2010:BN1689
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- M. Greebe
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, berekend op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 20 januari 2008 in te trekken wegens een afname van haar arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%.
In hoger beroep heeft appellante haar eerdere beroepsgronden herhaald, die reeds door de rechtbank Amsterdam op goede gronden waren verworpen. De Raad heeft geen aanleiding gezien om het oordeel van de rechtbank te wijzigen.
De Raad overwoog dat het UWV bevoegd was de uitkering opnieuw te beoordelen en dat appellante geen vertrouwen kon ontlenen aan een brief van het UWV waarin werd gesuggereerd dat de uitkering ongewijzigd zou blijven. De medische beoordeling door specialisten en de verzekeringsarts was zorgvuldig en er waren geen medische gegevens die de juistheid van de functionele mogelijkhedenlijst in twijfel trokken.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.