ECLI:NL:CRVB:2010:BN1801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor passende arbeid
Appellante, voormalig productiemedewerker, ontving vanaf 2001 een WAO-uitkering wegens pijnklachten. Na herziening in 2004 werd zij geacht geschikt voor passende functies en ontving zij WW-uitkering. In 2005 meldde zij zich ziek met diverse klachten, waaronder psychische. Het UWV verklaarde haar in 2006 hersteld en stelde dat zij vanaf 2007 geen recht meer had op ziekengeld.
Appellante ging in bezwaar en beroep tegen dit besluit en stelde dat haar beperkingen werden onderschat. De rechtbank wees haar verzoek af en de Raad besloot het onderzoek te heropenen. Een onafhankelijke psychiater bracht in 2009 een rapport uit waarin werd geconcludeerd dat er geen psychiatrische ziekte of gebrek aanwezig was.
De Raad volgde het oordeel van de deskundige en oordeelde dat appellante op en na 1 januari 2007 geschikt was voor ten minste één van de functies die ten grondslag lagen aan de WAO-beoordeling. Daarmee werd het beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er was geen reden voor toepassing van bestuursrechtelijke herstelmaatregelen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld omdat zij geschikt is voor passende functies.