ECLI:NL:CRVB:2010:BN2050
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld wegens geschiktheid voor laatst verrichte werk als filiaalmedewerkster
Appellante, voorheen filiaalmedewerkster, meldde zich ziek met heup- en spanningsklachten en ontving ziekengeld. Na medisch onderzoek door verzekeringsarts Tolsma werd zij vanaf 24 september 2007 als volledig geschikt voor haar werk beschouwd, waarna het Uwv het ziekengeld beëindigde.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar huisarts een andere mening had over haar ziektebeeld en dat zij haar werk slechts met moeite kon verrichten. De bezwaarverzekeringsarts Koek bevestigde echter de eerdere conclusie na dossieronderzoek en observatie, waarbij ook de huisartsinformatie werd meegewogen.
De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de klachten van appellante vooral voortkomen uit sociale problematiek, niet uit een medisch ziektebeeld dat haar arbeidsongeschiktheid rechtvaardigt. Omdat appellante geen nieuwe medische informatie heeft overgelegd, wordt het hoger beroep afgewezen en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld bevestigd.