ECLI:NL:CRVB:2010:BN2286

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-821 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om herziening niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken gronden

Verzoeker diende een verzoek om herziening in tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De gemachtigde van verzoeker trok zich terug, waarna verzoeker werd verzocht binnen vier weken alsnog de gronden van het verzoek te overleggen. Deze termijn liet verzoeker voorbijgaan. Vervolgens werd nogmaals een termijn van vier weken gesteld met de waarschuwing dat overschrijding tot niet-ontvankelijkheid zou leiden. Ook deze termijn werd niet benut door verzoeker. De Raad constateerde dat geen verontschuldigende redenen voor het verzuim waren aangevoerd en verklaarde het verzoek om herziening daarom niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.

Uitspraak

10/821 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:54 in Pro verbinding met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 december 2009, 09/2648 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Datum uitspraak: 23 juli 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, een verzoek om herziening ingediend van de aangevallen uitspraak.
Bij brief van 26 maart 2010 heeft gemachtigde van verzoeker de Raad laten weten dat zij zich terugtrekt als gemachtigde.
II. OVERWEGINGEN
In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge de artikelen 6:24 en 8:88 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het verzoek om herziening in hoger beroep.
Het ingediende verzoekschrift bevat echter geen gronden.
Naar aanleiding van de mededeling van de gemachtigde van verzoeker dat zij zich terugtrekt als gemachtigde is bij brief van 13 april 2010 verzoeker in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen vier weken te herstellen.
Verzoeker heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 18 mei 2010 is aan verzoeker nogmaals de gelegenheid geboden de gronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek kan leiden.
Verzoeker heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Nu niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim, acht de Raad het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2010.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) A.L. de Gier.
Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.
De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
RK