ECLI:NL:CRVB:2010:BN2376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, viel op 16 augustus 2006 uit met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde bij besluit van 3 juli 2008 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. Dit besluit werd bij bezwaar en door de rechtbank Rotterdam bevestigd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, mede omdat er geen tolk aanwezig was tijdens het spreekuurcontact bij de verzekeringsarts, waardoor hij zijn standpunt onvoldoende kon toelichten. Ook stelde hij dat zijn psychische beperkingen waren onderschat.
De Raad overwoog dat ondanks het ontbreken van een tolk op 7 mei 2008, de verzekeringsarts een uitgebreide anamnese heeft kunnen afnemen en appellant redelijk Nederlands spreekt. Tevens ontbraken nieuwe medische gegevens ter onderbouwing van zijn standpunt. De Raad achtte de vastgestelde belastbaarheid juist en concludeerde dat de passende functies medisch geschikt zijn voor appellant.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.