ECLI:NL:CRVB:2010:BN2398
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over medische belastbaarheid en WAO-uitkering ondanks psychosociale en culturele factoren
Appellante, werkzaam als inpakster, meldde zich in december 1997 ziek met diverse lichamelijke en psychische klachten. Na verschillende periodes van volledige WAO-uitkering en intrekkingen, werd haar uitkering in 2008 herzien naar een lagere klasse. De medische beoordeling door verzekeringsarts Hermans en bezwaarverzekeringsarts Waasdorp concludeerde dat er geen aanleiding was om de beperkingen onjuist te achten, ondanks psychosociale en culturele factoren die eerder waren vastgesteld.
In de bezwaar- en beroepsprocedure werden aanvullende rapporten van i-Psy en NOAGG overgelegd, waarin sprake was van een ernstige depressie en paniekstoornis, en verergering van klachten door druk van het UWV. De Raad concludeerde echter dat deze informatie niet overtuigend was voor de datum in geding en dat het vermoeden van invloed van interculturele factoren onvoldoende was om het oordeel van het UWV te wijzigen.
De rechtbank en de Raad stelden vast dat de medische gegevens en functionele mogelijkhedenlijst adequaat waren en dat de herziening van de WAO-uitkering passend was. Het hoger beroep richtte zich uitsluitend op de medische beperkingen op de datum van herziening. De Raad zag geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank dat de belastbaarheid van appellante op de datum in geding niet is overschat.