ECLI:NL:CRVB:2010:BN2400
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende oorlogsgeweld onder Wubo
Appellante vroeg erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo) vanwege diverse oorlogservaringen, waaronder het overlijden van haar vader in kamp Vught, een huiszoeking door SS’ers, executies nabij haar woonplaats en beschietingen op de Dam.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees haar aanvraag af omdat niet was komen vast te staan dat zij direct was getroffen door oorlogsgeweld zoals omschreven in de Wubo. De Raad bevestigde dit standpunt na bezwaar en appellante stelde beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het overlijden van haar vader niet onder het begrip oorlogsgeweld valt en dat de huiszoeking niet gepaard ging met excessief geweld. Ook was appellante niet direct getuige van executies of beschietingen, maar slechts in de nabijheid aanwezig, wat onvoldoende is voor erkenning.
Hoewel de Raad erkent dat appellante tijdens de oorlogsjaren angstige en ingrijpende omstandigheden heeft meegemaakt, is de Wubo beperkt van strekking en gebonden aan specifieke gebeurtenissen. Daarom kan het bestreden besluit in stand blijven en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van erkenning als burger-oorlogsslachtoffer blijft in stand.