ECLI:NL:CRVB:2010:BN2403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.G. Treffers
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bezoldiging ambtenaar ondanks beperkte vertraging re-integratie
Appellante, werkzaam bij de gemeente Utrecht, was vanaf 19 januari 2007 arbeidsongeschikt. Na twaalf maanden ziekte werd haar bezoldiging op grond van artikel 7:8, derde lid, van de Arbeidsvoorwaardenregeling Utrecht (ARU) teruggebracht tot 75%. Appellante voerde aan dat zij eerder met passende arbeid had kunnen starten en dat het college onterecht haar aanbod voor tussentijdse werkzaamheden niet had geaccepteerd, waardoor zij schade leed.
De Raad stelde vast dat appellante van 19 januari 2007 tot 21 mei 2008 geen werkzaamheden verrichtte en dat de verlaging van de bezoldiging terecht was toegepast. Hoewel het college enige vertraging in de re-integratie erkende, was er geen moedwilligheid en was de vertraging van beperkte omvang (maximaal drieënhalve maand). De Raad oordeelde dat dit geen bijzondere omstandigheden vormden om af te wijken van de dwingendrechtelijke bepaling in artikel 7:8, derde lid, ARU.
De rechtbank had het beroep van appellante reeds ongegrond verklaard en de Raad bevestigde deze uitspraak. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak benadrukt het belang van strikte toepassing van dwingendrechtelijke bepalingen bij arbeidsongeschiktheid en re-integratie binnen het ambtenarenrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bezoldiging van appellante tot 75% ondanks beperkte vertraging in het re-integratietraject.