ECLI:NL:CRVB:2010:BN2420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds 1979 arbeidsongeschikt is en een WAO-uitkering ontvangt, kreeg deze bij besluit van 30 mei 2008 herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Dit besluit werd door het UWV genomen op basis van medisch onderzoek en arbeidskundige rapporten die stelden dat appellante geschikt is voor passende functies ondanks haar klachten.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat er sprake is van een bindweefselaandoening, onderbouwd met medische brieven van een klinisch geneticus en huisarts. Zij stelde dat nader onderzoek noodzakelijk was en dat de rechtbank haar zaak ten onrechte niet had aangehouden.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de klachten van appellante niet objectief konden worden vastgesteld, behalve minimale artrose. De verdenkingen van een bindweefselaandoening waren onvoldoende onderbouwd en het noodzakelijke aanvullende onderzoek had niet plaatsgevonden vanwege financiële redenen. De Raad vond geen reden om het standpunt van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts te verwerpen en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De Raad wees ook het verzoek tot aanhouding af en stelde dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.