ECLI:NL:CRVB:2010:BN2518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- J.F. Bandringa
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste berekening dagloon en afwijzing schadevergoeding in WAO-uitkering
Appellant, werkzaam als schilder, ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering op basis van een dagloon dat door het Uwv was vastgesteld. Het dagloon was berekend op basis van het garantieloon vermeerderd met een prestatietoeslag, conform de CAO voor Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf 2004-2007.
Appellant betwistte de hoogte van het dagloon en stelde dat niet was aangetoond dat rekening was gehouden met het PRIS-loon zoals bedoeld in de CAO. De Raad oordeelde dat het garantieloon plus prestatietoeslag overeenkomt met het PRIS-loon en dat de vakantietoeslag correct was verwerkt. Appellant leverde geen bewijs dat het loon hoger was dan door de werkgever opgegeven.
De Raad bevestigde dat het Uwv de dagloonberekening correct had uitgevoerd volgens de geldende wettelijke bepalingen en CAO-regels. De rechtbank had het beroep terecht ongegrond verklaard, hoewel zij een onjuiste wetsgrond had genoemd. Het verzoek van appellant tot schadevergoeding werd afgewezen omdat de aangevallen uitspraak bevestigd werd.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 juli 2010, waarbij appellant niet aanwezig was tijdens de zitting. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de juiste dagloonberekening en wijst het verzoek om schadevergoeding af.