ECLI:NL:CRVB:2010:BN2530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn door UWV in socialezekerheidszaak
Appellant stelde een hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank in een zaak tegen het UWV. Tijdens de procedure trok appellant het hoger beroep in nadat het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar had genomen. Appellant verzocht de Raad om het UWV te veroordelen tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot vergoeding van proceskosten.
De Raad beoordeelde de overschrijding van de redelijke termijn aan de hand van jurisprudentie en omstandigheden van het geval. De totale procedure duurde ruim vier jaar en zeven maanden, wat de redelijke termijn met ruim zeven maanden overschreed. De Raad stelde vast dat de overschrijding volledig aan het UWV toe te rekenen was, omdat de rechterlijke fase binnen de redelijke termijn bleef.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van een schadevergoeding van € 1.000,- aan appellant en tot vergoeding van proceskosten van € 805,- voor beroep en € 437,- voor hoger beroep. De procedure werd afgesloten met deze uitspraak, waarin tevens werd vastgesteld dat appellant zich voor griffierechten tot het UWV kan wenden.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 1.000 schadevergoeding en proceskosten aan appellant wegens overschrijding van de redelijke termijn.