ECLI:NL:CRVB:2010:BN2755
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante verzocht het UWV om terug te komen op het besluit van 8 augustus 2006 waarbij haar WAO-uitkering werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Dit verzoek werd door het UWV afgewezen en de rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. De rechtbank oordeelde dat, ondanks dat er voor het eerst diagnoses waren gesteld door GGZ Delfland, er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden, aangezien appellante al jaren bekend was met dezelfde psychische problematiek.
In hoger beroep herhaalde appellante dat de nieuwe diagnoses een herziening van het besluit rechtvaardigen. De Raad stelde vast dat het UWV de zaak reeds volledig had herbeoordeeld zonder tot een andere uitkomst te komen. De Raad benadrukte dat een bestuursorgaan bevoegd is om een verzoek tot herziening inhoudelijk te behandelen, maar dat bij handhaving van de eerdere afwijzing de rechter zich moet beperken tot de vraag of er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die een herziening rechtvaardigen.
De Raad concludeerde dat deze voorwaarden niet waren vervuld en onderschreef het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts dat de door appellante aangevoerde diagnose geen aanleiding geeft tot herziening. Ook werd gewezen op het ontbreken van een Amberbeoordeling door het UWV. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van de intrekking van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.