ECLI:NL:CRVB:2010:BN3809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep en veroordeling UWV tot rentevergoeding en proceskosten
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht inzake een geschil met het UWV over sociale zekerheidsuitkeringen. Het UWV nam op 18 maart 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar die geheel tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante. Vervolgens trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van proceskosten.
De Raad overwoog dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht en de Beroepswet het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener van het beroepschrift kan worden veroordeeld tot vergoeding van schade en kosten. De Raad verwees voor de wijze van rentevergoeding naar een eerdere uitspraak (LJN ZB1495).
De Raad oordeelde dat het UWV geheel aan de bezwaren tegemoet was gekomen en wees het verzoek van appellante toe. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten, begroot op € 966,-, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door rechter Ch. van Voorst op 11 augustus 2010.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en betaling van proceskosten van € 966,- na intrekking van het hoger beroep.