ECLI:NL:CRVB:2010:BN4434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep op aanvraag WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees de aanvraag af omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat zij meer beperkingen heeft en niet in staat is de aan de schatting ten grondslag gelegde functies te vervullen. De Raad benoemde neuroloog Wouters als deskundige, die concludeerde dat neurologisch gezien geen ziekte of gebreken aanwezig zijn en dat appellante in staat moet zijn de werkzaamheden te verrichten.
De Raad volgt de deskundige en oordeelt dat het Uwv de belastbaarheid juist heeft vastgesteld. De stelling van appellante dat zij vanwege het dragen van werkkleding niet kan werken, wordt verworpen. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.