ECLI:NL:CRVB:2010:BN5067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-uitkering en beoordeling functionele mogelijkheden appellant
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem een WGA-uitkering toe te kennen op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het rapport van de bezwaarverzekeringsarts A.J. Hoffman doorslaggevend was. Deze arts concludeerde dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van juni 2007 een juiste weergave was van de beperkingen van appellant, inclusief een medische urenbeperking van ongeveer twintig tot maximaal 22 uur per week.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn psychische klachten, waaronder onrust, depressie en mogelijk psychoses, niet voldoende waren meegenomen in de FML en dat er meer beperkingen hadden moeten worden opgenomen. Het UWV voerde aan dat appellant deze stellingen niet had onderbouwd met nieuwe medische gegevens en dat de bezwaarverzekeringsarts geen aanleiding zag om het eerdere oordeel te herzien.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en de bezwaarverzekeringsarts, waarbij ook rekening werd gehouden met de moeilijke persoonlijke omstandigheden van appellant. Er waren geen aanwijzingen dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd medisch ongeschikt waren. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van de WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 35-80%.