ECLI:NL:CRVB:2010:BN5068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verkorte wachttijd verhoging WAO-uitkering na vijf jaar
Appellant, die sinds 1993 arbeidsongeschikt is, kreeg zijn WAO-uitkering per 1 november 1999 herzien naar een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. In 2007 meldde hij zich ziek en verzocht om verhoging van zijn uitkering met een verkorte wachttijd van vier weken. Het UWV weigerde dit omdat de toename van arbeidsongeschiktheid niet binnen vijf jaar na de herziening was ingetreden.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het bezwaar ongegrond. Appellant voerde aan dat er sprake was van een latere herziening per 9 februari 2007, maar deze was in bezwaar ongedaan gemaakt. De Raad stelde vast dat de uitkering onafgebroken op het niveau van 1 november 1999 was toegekend.
De Raad oordeelde dat niet de datum van het besluit, maar de datum van ingang van de herziening bepalend is voor de termijn van vijf jaar. Omdat de toename van arbeidsongeschiktheid na deze termijn plaatsvond, voldeed appellant niet aan de voorwaarden voor de verkorte wachttijd. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De verkorte wachttijd van vier weken voor verhoging van de WAO-uitkering wordt niet toegepast omdat de toename van arbeidsongeschiktheid na vijf jaar na de herzieningsdatum is ingetreden.