ECLI:NL:CRVB:2010:BN5150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging draagkrachtvaststelling en afbetaling studieschuld ondanks chronische ziekte
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het door de Minister vastgestelde maandbedrag voor de afbetaling van haar resterende studieschuld, omdat zij vanwege haar chronische ziekte extra kosten heeft en het bedrag niet kan betalen.
De Raad stelt vast dat de draagkracht wettelijk wordt bepaald op basis van het door de Belastingdienst vastgestelde belastbare loon, zonder rekening te houden met het daadwerkelijk besteedbare inkomen of individuele uitgavenpatroon. Ziektekosten worden slechts indirect meegenomen voor zover deze als aftrekposten zijn geaccepteerd.
De Raad oordeelt dat er geen zeer bijzondere individuele omstandigheden zijn die rechtvaardigen af te wijken van de wettelijke regeling. De bevoegdheid tot afwijking op grond van artikel 11.5 Wsf 2000 is door de Minister terecht niet toegepast.
Daarom wordt het hoger beroep van appellante ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de draagkrachtvaststelling bevestigd.