ECLI:NL:CRVB:2010:BN5536

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 augustus 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-6826 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die het bezwaar tegen het besluit van het UWV ongegrond verklaarde. Het UWV had op 24 oktober 2008 besloten dat appellante geen recht had op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was.

In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat sprake is van geen duurzaam benutbare mogelijkheden door het ontbreken van zelfredzaamheid, dat er ten onrechte geen urenbeperking op energetische gronden is aangenomen en dat de geduide functies medisch niet geschikt zijn, met name vanwege duizeligheid en flauwvallen.

De Raad overweegt dat de rechtbank de medische geschiktheid van de functies voldoende heeft gemotiveerd en dat deze passend zijn gelet op de objectief medische beperkingen van appellante. Nieuwe medische gegevens, zoals een brief van een neuroloog over migraine zonder aura, bieden geen onderbouwing voor de standpunten van appellante.

Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.

Uitspraak

09/6826 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 25 november 2009, 08/8360 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 27 augustus 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M. Spek, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 juli 2010. Appellante was aanwezig, bijgestaan door mr. Spek, voornoemd. Voor het Uwv was aanwezig A.M. Snijders.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 24 oktober 2008 heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit dat er voor appellante per 24 maart 2008 geen recht is ontstaan op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellante tegen dit besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank - kort samengevat - overwogen dat zowel de medische als de arbeidskundige grondslag van het besluit van 24 oktober 2008 deugdelijk is.
3. In hoger beroep is verwezen naar de in bezwaar en beroep aangevoerde gronden. In het bijzonder is herhaald het standpunt dat sprake is van een situatie van geen duurzaam benutbare mogelijkheden wegens het ontbreken van zelfredzaamheid. Voorts is benadrukt dat ten onrechte geen urenbeperking op energetische gronden is aangenomen. Ten slotte is erop gewezen dat de geduide functies medisch niet geschikt zijn voor appellante, met name de functie huishoudelijk medewerker wegens het optreden van duizeligheid en flauwvallen.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd vormt een herhaling van hetgeen reeds in beroep is aangevoerd. Nieuwe gezichtspunten zijn niet naar voren gebracht. In het bijzonder geldt dit voor de door appellante overgelegde brief van
31 maart 2010 van een neuroloog. Blijkens deze brief heeft appellante op die datum de afdeling spoedeisende hulp van het Medisch Centrum Haaglanden bezocht, omdat zij onwel is geworden. De neuroloog heeft als werkdiagnose gesteld migraine zonder aura en voorts appellante gerustgesteld en verwezen naar haar huisarts voor verdere behandeling van de migraine. In deze verklaring ziet de Raad dan ook geen onderbouwing van de door appellante ingenomen standpunten. Ook in beroep had appellante haar standpunten niet met enige medische verklaring onderbouwd. Mede gelet hierop kan de Raad zich volledig vinden in de overwegingen van de rechtbank aangaande de juistheid van de medische grondslag van het besluit van 24 oktober 2008 en maakt die tot de zijne.
4.2. De Raad is voorts van oordeel dat de rechtbank ook de grieven van appellante die zien op de medische geschiktheid van de aan de schatting ten grondslag gelegde functies afdoende heeft besproken en genoegzaam heeft gemotiveerd waarom deze grieven niet slagen. Die functies zijn, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten afgezet tegen de voor appellante op objectief medische gronden aangenomen beperkingen, voor appellante in medisch opzicht passend te achten.
4.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2010.
(get.) G. van der Wiel.
(get.) M. Mostert.
KR