ECLI:NL:CRVB:2010:BN5536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die het bezwaar tegen het besluit van het UWV ongegrond verklaarde. Het UWV had op 24 oktober 2008 besloten dat appellante geen recht had op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat sprake is van geen duurzaam benutbare mogelijkheden door het ontbreken van zelfredzaamheid, dat er ten onrechte geen urenbeperking op energetische gronden is aangenomen en dat de geduide functies medisch niet geschikt zijn, met name vanwege duizeligheid en flauwvallen.
De Raad overweegt dat de rechtbank de medische geschiktheid van de functies voldoende heeft gemotiveerd en dat deze passend zijn gelet op de objectief medische beperkingen van appellante. Nieuwe medische gegevens, zoals een brief van een neuroloog over migraine zonder aura, bieden geen onderbouwing voor de standpunten van appellante.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.