ECLI:NL:CRVB:2010:BN5555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- C.P.M. van der Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens ondeugdelijke medische en arbeidskundige grondslag
Appellante had haar werkzaamheden gestaakt wegens psychische klachten en ontving een WAO-uitkering die in 2003 werd ingetrokken. Na een eerdere vernietiging van dat besluit, trok het UWV de uitkering opnieuw in per 26 augustus 2007. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellante dat haar psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen.
Gezien het verschil van inzicht tussen de behandelend GZ-psycholoog en de bezwaarverzekeringsarts liet de Raad zich adviseren door een onafhankelijke psychiater. Deze concludeerde dat appellante aanzienlijk meer psychische beperkingen had dan in het bestreden besluit was aangenomen, waardoor de medische grondslag ondeugdelijk was.
Daarnaast bleek dat de arbeidskundige beoordeling ontoereikend was, omdat na het vervallen van de functie samensteller metaalwaren slechts twee functies overbleven, wat onvoldoende is volgens het Schattingsbesluit. De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en gelastte het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de bevindingen.
Verder veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het griffierecht wordt vergoed. Vergoeding van wettelijke rente werd niet toegewezen omdat nadere besluitvorming door het UWV noodzakelijk is.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt gelast een nieuw besluit te nemen.