ECLI:NL:CRVB:2010:BN6062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctienota’s sociale verzekeringspremies bij minderheidsaandeelhouders zonder gelijkwaardig economisch belang
De zaak betreft een hoger beroep van een stichting tegen correctienota’s van het UWV over de premiejaren 2002 tot en met 2005. Het UWV stelde dat vier bestuurders, die via persoonlijke vennootschappen elk 10% van de aandelen bezitten, verplicht verzekerd zijn ingevolge de sociale werknemersverzekeringswetten. De stichting bezit 60% van de aandelen, gecertificeerd en verdeeld over de vier bestuurders die ook het bestuur vormen.
De rechtbank had het bezwaar tegen de correctienota’s ongegrond verklaard, en de stichting ging in hoger beroep. De stichting voerde aan dat artikel 2, lid 1, aanhef en onder c, van de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder restrictief moet worden uitgelegd en dat de situatie van gelijk verdeeld stemrecht onder bestuurders niet van toepassing is omdat er geen gelijkwaardig economisch belang is.
De Raad oordeelde dat deze uitzondering alleen ziet op situaties met gelijk verdeeld aandelenbezit en gelijkwaardig economisch belang, wat hier niet het geval is. Het feit dat ieder bestuurslid 25% van het stemrecht kan uitoefenen via de stichting is onvoldoende om van een gezagsverhouding af te wijken. Het hoger beroep werd verworpen en de correctienota’s bevestigd.
Uitkomst: De correctienota’s zijn terecht opgelegd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.