ECLI:NL:CRVB:2010:BN6112

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-3057 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • R. Kooper
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking bijstandsuitkering na verzoek appellant ondanks advies College

Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en verzocht het College deze uitkering te beëindigen. Het College trok de bijstand per 1 februari 2008 in, ondanks herhaaldelijk advies aan appellant om de bijstand voort te zetten. Appellant was van mening aanspraak te hebben op een dienstverband en inkomen uit de Wet inschakeling werkzoekenden (WIW) en wilde daarom geen bijstand meer ontvangen.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het College niet voor de keuze stond tussen bijstand of WIW als bron van inkomsten, maar slechts het verzoek tot intrekking van de bijstand hoefde te beoordelen. Eventuele aanspraken op grond van de WIW zijn in deze procedure niet aan de orde.

Appellant heeft het recht om opnieuw bijstand aan te vragen. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door R. Kooper in aanwezigheid van griffier J. de Jong op 7 september 2010.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

09/3057 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 14 mei 2009, 08/1895 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen (hierna: College)
Datum uitspraak: 7 september 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 juli 2010. Appellant is verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door A.D. de Grave, werkzaam bij de gemeente Heerenveen.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant ontving bijstand, laatstelijk op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Bij brieven van 10 december 2007 en 15 januari 2008 heeft hij het College verzocht deze uitkering te beëindigen.
1.2. Bij besluit van 25 maart 2008 heeft het College de bijstand van appellant per 1 februari 2008 ingetrokken. Daarbij is overwogen dat appellant zelf heeft aangegeven geen bijstand meer te willen ontvangen, ondanks herhaaldelijk advies van het College de bijstand niet te beëindigen.
1.3. Bij besluit van 12 augustus 2008 heeft het College het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant ongegrond verklaard.
3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd, komt de Raad tot de volgende beoordeling.
3.1. Vast staat dat appellant tot 21 augustus 2001 een dienstverband heeft gehad in het kader van de toenmalige Wet inschakeling werkzoekenden (WIW). Dit dienstverband is beëindigd omdat appellant een jaar ziek was. Vervolgens is hem bijstand toegekend.
3.2. Het verzoek van appellant om deze bijstand te beëindigen is ingegeven door zijn opvatting dat hij aanspraak heeft op een WIW dienstverband en op inkomen daaruit. Om die reden meent hij geen bijstandsuitkering te mogen aanvaarden. De stukken laten zien dat het College hem bij herhaling bedenkingen heeft voorgehouden tegen deze zienswijze, die tot gevolg heeft dat hij zijn middelen van bestaan verliest. Desondanks heeft appellant in zijn verzoek volhard. Zijn bezwaar tegen de inwilliging daarvan was ook niet gericht tegen de intrekking van de bijstand als zodanig, maar tegen het niet voortzetten van de zijns inziens gegarandeerde aanstelling en opleiding in het kader van de WIW. Op aansporingen van het College om opnieuw bijstand aan te vragen heeft hij afwijzend gereageerd. Tegenover de rechtbank en de Raad heeft hij zijn zienswijze nog eens met stelligheid bevestigd.
3.3. Onder deze omstandigheden moet worden geoordeeld dat voor het College geen andere weg openstond dan de bijstand in te trekken en het bezwaar ongegrond te verklaren. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank hieromtrent. Anders dan appellant meent, stond het College bij zijn besluitvorming niet voor de keuze tussen bijstand of WIW als bron van inkomsten. Het primaire besluit van 25 maart 2008 heeft uitsluitend betrekking en behoefde ook slechts betrekking te hebben - op het verzoek om intrekking van de bijstand. In de daartegen gerichte procedure van bezwaar en (hoger) beroep zijn eventuele aanspraken van appellant op grond van de WIW of daarmee vergelijkbare wettelijke regelingen niet aan de orde.
3.4. Overigens staat het appellant nog steeds vrij om opnieuw bijstand aan te vragen.
3.5. Het hoger beroep kan niet slagen. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. Bij deze uitkomst is voor inwilliging van het verzoek om schadevergoeding geen plaats.
4. Voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht bestaat evenmin aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak;
Wijst het verzoek om vergoeding van schade af.
Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper, in tegenwoordigheid van J. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 september 2010.
(get.) R. Kooper.
(get.) J. de Jong.
JvS