ECLI:NL:CRVB:2010:BN6282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen het besluit van het UWV tot intrekking van zijn WAO-uitkering per 7 mei 2007, omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. De rechtbank Utrecht heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarbij zij de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit onderschreef.
Appellant stelde dat zijn rugklachten, mogelijk een hernia, en andere fysieke en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen, waardoor hij niet in staat zou zijn om gedurende acht uur per dag de geselecteerde functies te vervullen. De Raad overwoog echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische beperkingen en functionele mogelijkheden van appellant juist waren vastgesteld. De rugklachten leidden niet tot beperkingen volgens de medische rapportage van 2006 en latere informatie bevestigde dit.
De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de Functionele Mogelijkheden Lijst van september 2006. Tevens achtte de Raad de geselecteerde functies medisch geschikt voor appellant. Daarom werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de medische beperkingen juist zijn vastgesteld en de geselecteerde functies geschikt zijn.