ECLI:NL:CRVB:2010:BN6305
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek door verzekeringsarts
Appellant was werkzaam als tuinbouwmedewerker en meldde zich op 9 augustus 2007 ziek vanwege lichamelijke en psychische klachten. Na meerdere onderzoeken door verzekeringsarts Kandhai werd vastgesteld dat appellant vanaf 25 juli 2008 geschikt was voor zijn laatst verrichte werk. Het UWV beëindigde daarop het ziekengeld.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de bezwaarverzekeringsarts Van Duijn werd herbeoordeeld en ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij meer beperkt was dan vastgesteld, onder meer met een besluit van de gemeente Den Haag over kniesparende arbeid.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij zowel lichamelijke als psychische aspecten zijn betrokken, inclusief informatie van huisarts en psychiater. De bevindingen van de verzekeringsartsen dat appellant geschikt was voor zijn functie werden niet weersproken door de latere overgelegde documenten. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld per 25 juli 2008 wordt bevestigd.