ECLI:NL:CRVB:2010:BN6710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering Wajong-uitkering wegens onduidelijke motivering
Appellante had een Wajong-uitkering aangevraagd, maar het UWV wees dit af omdat zij niet als jonggehandicapte werd aangemerkt, omdat zij pas na haar 17e in Nederland kwam wonen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, uitgaande van een arbeidsongeschiktheidsdatum van 1 januari 1992 en het niet voldoen aan de inkomenseis van de AAW.
In hoger beroep stelde appellante dat zij al vóór haar 17e volledig arbeidsongeschikt was en dat het UWV haar standpunt met een brief van 10 februari 2009 had gewijzigd, waardoor de rechtbank het besluit had moeten vernietigen. De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte aannam dat er geen verzoek was om terug te komen op het eerdere AAW-besluit en dat er geen eenduidige motivering was gegeven in het UWV-besluit.
De Raad vernietigde het besluit van 15 mei 2008 en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het UWV opnieuw moet beslissen op het bezwaar van appellante. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen opnieuw te beslissen op het bezwaar van appellante.