ECLI:NL:CRVB:2010:BN6723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid ondanks verslavingsproblematiek
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering naar de arbeidsongeschiktheidsklasse van 15 tot 25%, waarbij hij stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn verslavingsproblematiek. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek toereikend was en dat de geselecteerde functies de belastbaarheid van appellant niet overschreden.
In hoger beroep handhaaft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelt vast dat het medisch onderzoek volledig en zorgvuldig is uitgevoerd en dat er geen aanleiding is voor het benoemen van een onafhankelijk deskundige. De bezwaren tegen de geschiktheid van de functies zijn onvoldoende onderbouwd, mede omdat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) rekening houdt met de medische beperkingen van appellant.
De Raad benadrukt dat de kenmerken genoemd in artikel 9, aanhef en onder e, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (Sb) betrekking hebben op andere aspecten dan de medische en arbeidskundige beoordeling. De verslavingsproblematiek moet worden gezien als onderdeel van de psychische klachten die reeds in de FML zijn verwerkt. Daarom is de herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid terecht en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.