ECLI:NL:CRVB:2010:BN6725

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-1076 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.W. Schuttel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig functioneel onderzoek

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 3 augustus 2008 te herzien en vast te stellen op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had uitgevoerd.

In hoger beroep benadrukte appellante dat haar klachten, met name psychische, knie- en longklachten, ernstiger waren dan door het UWV aangenomen en dat de voorgestelde functies niet geschikt waren vanwege overschrijdingen in fysieke en psychische belastbaarheid.

De Raad overwoog dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij de functionele mogelijkhedenlijst (FML) was vastgesteld door een verzekeringsarts. De door appellante aangevoerde aanvullende medische rapporten waren beoordeeld en gaven geen aanleiding tot wijziging van de FML. Ook was de geschiktheid van de functies voldoende onderbouwd door arbeidsdeskundigen.

De Raad zag geen reden om af te wijken van het oordeel van de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitspraak

10/1076 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante] wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 5 januari 2010, 09/879 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 10 september 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. A.G.B. Bergenhenegouwen, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Leusden, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 augustus 2010. Met voorafgaand bericht is appellante, noch haar gemachtigde, verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C. Vork.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 10 juni 2008 heeft het Uwv appellantes uitkering in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) per 3 augustus 2008 herzien en berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.
1.2. Bij besluit van 12 januari 2009 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 10 juni 2008 ongegrond verklaard.
2.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
2.2. De rechtbank heeft overwogen dat het Uwv, na een zorgvuldig onderzoek door de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, op goede gronden tot het bestreden besluit is gekomen.
3. In hoger beroep heeft appellante wederom benadrukt dat haar klachten en beperkingen zijn onderschat. Met name de psychische klachten, de knieklachten en de longklachten zijn ernstiger dan aangenomen door het Uwv. De functies zijn evenmin geschikt vanwege overschrijdingen op het aspect staan, op psychische aspecten en op de belasting van de longen door stof.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat door het Uwv een zorgvuldig onderzoek is uitgevoerd naar de functionele mogelijkheden van appellante. De namens appellante aangevoerde verdergaande beperkingen zijn niet met nadere, objectief medische, gegevens onderbouwd. Met de wel aangevoerde gegevens is in voldoende mate rekening gehouden bij het vaststellen van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) door verzekeringsarts A.J.D. Versteeg op 28 maart 2008. De in bezwaar door appellante ingezonden (para)medische rapporten van A. Berenschot, haptotherapeut, en I.F. Licht, allergoloog, alsmede de door bezwaarverzekeringsarts R.A Hollander opgevraagde informatie van de behandelend longarts A.A. van Lier zijn door de bezwaarverzekeringsarts beoordeeld en hebben hem geen aanleiding gegeven de FML te wijzigen. De Raad heeft geen aanleiding de bezwaarverzekeringsarts hierin niet te volgen, en heeft aldus evenmin aanleiding de medische component van het bestreden besluit voor onjuist te houden.
4.2. De Raad ziet evenmin redenen tot een ander oordeel te komen omtrent de geschiktheid van de functies dan de rechtbank. Naar het oordeel van de Raad hebben de (bezwaar)arbeidsdeskundigen van het Uwv in toereikende mate onderbouwd waarom de functies voor appellante geschikt zijn.
4.3. Uit de overwegingen 4.1 en 4.2 volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Er zijn geen termen aanwezig voor vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 september 2010.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) M.A. van Amerongen.
IvR