ECLI:NL:CRVB:2010:BN6726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond die het beroep tegen het besluit van het UWV ongegrond verklaarde. Het UWV had besloten dat appellant per 16 maart 2009 geen recht had op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
Appellant stelde onder meer dat hij ten onrechte niet zelf door de bezwaarverzekeringsarts was onderzocht en dat zijn functionele beperkingen, met name als functioneel eenarmige, onvoldoende waren meegewogen bij de beoordeling van zijn arbeidsmogelijkheden. Tevens voerde hij aan dat hij de functie van afbiester dekbedden niet kan vervullen vanwege zijn beperkingen.
De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank dat het onderzoek door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig is verlopen en dat de beperkingen van appellant adequaat zijn meegenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst. De Raad oordeelt dat er geen toereikende medische gegevens zijn om de beperkingen verder uit te breiden en dat de arbeidsdeskundigen voldoende rekening hebben gehouden met de beperkingen bij de functiebeschrijvingen.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.