ECLI:NL:CRVB:2010:BN7301

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-1185 WAO + 10-2816 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming bezwaar en veroordeling kostenvergoeding

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Breda inzake WAO-zaken. Het UWV nam op 16 juni 2010 een nieuw besluit op bezwaar waarin volledig aan het beroep van appellant werd tegemoetgekomen. Hierdoor werden de hoger beroepen op 23 juni 2010 ingetrokken.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming het bestuursorgaan op verzoek van de appellant kan worden veroordeeld tot vergoeding van schade en proceskosten, conform artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet.

De Raad wees het verzoek van appellant toe om het UWV te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering, met verwijzing naar eerdere jurisprudentie voor de berekeningswijze. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten, begroot op €1.288,- in beroep en €759,- in hoger beroep, totaal €2.047,-.

Het onderzoek ter zitting bleef achterwege met toestemming van partijen, en het UWV diende geen verweerschrift in. De uitspraak werd op 15 september 2010 in het openbaar gedaan door rechter T. Hoogenboom, in aanwezigheid van griffier M. Mostert.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.

Uitspraak

09/1185 WAO + 10/2816 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met de hoger beroepen van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraken van de rechtbank Breda van 20 januari 2009, 07/4482 en 7 april 2010, 09/4470 (hierna: aangevallen uitspraken),
in de gedingen tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 15 september 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. A. van Deuzen hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraken.
Het Uwv heeft op 16 juni 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 23 juni 2010 zijn de hoger beroepen ingetrokken en is gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten in beroep en hoger beroep alsmede tot betaling van de wettelijke rente.
Het Uwv heeft geen verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat de hoger beroepen zijn ingetrokken aangezien in het nieuwe besluit op bezwaar van 16 juni 2010 geheel aan het beroep van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad wijst het verzoek van appellant toe om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de aan appellant verschuldigde wettelijke rente over die na te betalen uitkering dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1 november 1995, LJN ZB1495.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van de beroepen en de hoger beroepen redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op in totaal € 1.288,- in beroep en € 759,- in hoger beroep.
Voor vergoeding van het griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de kosten van renteschade als in rubriek II van deze uitspraak is vermeld;
Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.047,-.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 september 2010.
(get.). T. Hoogenboom.
(get.) M. Mostert.
IvR