ECLI:NL:CRVB:2010:BN7665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verdere verhoging WAZ-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant, een voormalig zelfstandig varkenshouder, vroeg om een verhoging van zijn WAZ-uitkering wegens vermeerderde rug- en heupklachten. Het UWV wees dit verzoek af na medisch en arbeidskundig onderzoek en handhaafde dit besluit na bezwaar, waarbij appellant werd ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse 45 tot 55%.
Appellant stelde hoger beroep in tegen de afwijzing van zijn verzoek tot verdere verhoging. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het oordeel van de verzekeringsarts, die geen verslechtering van de gezondheid constateerde en een Functionele Mogelijkhedenlijst opstelde, gemotiveerd en betrouwbaar is. Het standpunt van appellant werd niet ondersteund door medische stukken.
De Raad verwierp ook het argument van appellant dat de beoordeling van zijn particuliere verzekeraar, die hem als circa 75% arbeidsongeschikt aanmerkte, doorslaggevend zou moeten zijn. De Raad stelde dat het arbeidsongeschiktheidsbegrip en de berekeningsmethode van de particuliere verzekeraar afwijken van die van de WAZ, waardoor dit oordeel niet relevant is.
De geschiktheid van de resterende functies werd voldoende toegelicht en een verzoek tot herbeoordeling van de situatie in 2006 viel buiten de reikwijdte van het hoger beroep. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot verdere verhoging van de WAZ-uitkering wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.