ECLI:NL:CRVB:2010:BN7862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming thuiswonende gehandicapte kinderen op grond van TOG 2000
Appellante heeft namens haar zoon, die geboren is in 2005 en de diagnose VACTERL-associatie heeft, een tegemoetkoming aangevraagd op grond van de Regeling tegemoetkoming thuiswonende gehandicapte kinderen 2000 (TOG 2000). De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft op basis van een medisch advies en het Beoordelingsinstrument TOG vastgesteld dat de zoon onvoldoende punten behaalde om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming. De aanvraag werd daarom afgewezen.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat het puntensysteem geen juridische grondslag heeft en niet inzichtelijk is, en dat de toekenning van punten onjuist was, met name op het gebied van medische verzorging, mobiliteit en gedragspathologie. Na een herbeoordeling bleef de SVB bij haar standpunt en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de SVB op grond van bijzondere omstandigheden van haar gezin van de beleidsregels had moeten afwijken. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de beleidsregels en het Beoordelingsinstrument een wettige grondslag vormen en dat er geen ruimte is voor afwijking op grond van artikel 4:84 Awb Pro.
De Raad concludeerde dat de SVB de situatie van de zoon zorgvuldig heeft beoordeeld, waarbij ook rekening is gehouden met de slaapproblemen en mobiliteitsbeperkingen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellantes zoon niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming op grond van de TOG 2000.