ECLI:NL:CRVB:2010:BN7866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op tegemoetkoming thuiswonende gehandicapte kinderen op grond van TOG 2000
Appellante ontving een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming thuiswonende gehandicapte kinderen 2000 (TOG 2000) voor haar dochter met een autismiforme stoornis en eetstoornis. Na een heronderzoek stelde een medisch beoordelaar een score van vijf punten vast met het Beoordelingsinstrument TOG, wat onder het vereiste minimum van zes punten voor haar leeftijd ligt. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) besloot daarom de tegemoetkoming te beëindigen.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar dochter continu begeleiding nodig heeft bij dagelijkse handelingen zoals douchen, aankleden, eten en naar het toilet gaan. De SVB handhaafde het besluit, waarbij onder meer werd gewezen op het zelfstandig functioneren van de dochter bij zindelijkheid en eten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de toegepaste score juist was.
In hoger beroep voerde appellante geen nieuwe gezichtspunten aan. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere overwegingen en bevestigde dat de score van vijf punten onvoldoende is om recht te geven op een tegemoetkoming volgens de TOG 2000. Het Beoordelingsinstrument TOG is niet in strijd met het recht en vormt een passend beoordelingskader. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de dochter van appellante met een score van vijf punten niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming op grond van de TOG 2000.