ECLI:NL:CRVB:2010:BN7971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet nakomen medewerkingsverplichting bij huisbezoek
Appellant ontving van 1996 tot 2006 bijstand en was daarna gedetineerd. Na zijn detentie diende hij meerdere aanvragen voor bijstand in, die werden afgewezen. Op 28 september 2007 vroeg appellant opnieuw bijstand aan en gaf als woonadres het adres van zijn broer op. Een huisbezoek gepland op 25 oktober 2007 ging niet door omdat appellant niet aanwezig wilde zijn.
Het College wees de aanvraag af op grond van het niet nakomen van de medewerkingsverplichting zoals bedoeld in artikel 17, tweede lid, WWB. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad stelde vast dat er een redelijke grond was voor het huisbezoek en dat onder de medewerkingsverplichting ook de aanwezigheid van appellant bij het huisbezoek valt. Omdat appellant niet aanwezig was en geen gegronde redenen had om afwezig te zijn, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad verwierp ook het verweer dat sprake was van een onvolledige heroverweging in bezwaar en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en deed uitspraak in het openbaar op 7 september 2010.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijstand wordt bevestigd wegens het niet nakomen van de medewerkingsverplichting door afwezigheid bij het huisbezoek.