ECLI:NL:CRVB:2010:BN7977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens inkomsten uit arbeid
Appellant ontving sinds 1992 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Het UWV stelde vast dat appellant tussen 2004 en 2007 via internet goederen verkocht en inkomsten uit arbeid had zonder dit te melden, wat leidde tot een herziening van zijn uitkering naar 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid per 1 januari 2007.
Appellant voerde aan dat zijn activiteiten hobbymatig waren en dat een groot deel van zijn inkomsten uit de verkoop van privé-eigendommen bestond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant werkzaamheden verrichtte met een aantoonbare loonwaarde, waardoor geen sprake was van hobbymatige activiteiten.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en stelde vast dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn inkomsten lager waren of dat het om hobbymatige activiteiten ging. Tevens was er geen sprake van een toezegging van het UWV die rechtvaardigde verwachtingen schepte omtrent het niet herzien van de uitkering. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.