ECLI:NL:CRVB:2010:BN8423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, die sinds 1991 wegens psychische en lichamelijke klachten niet meer als verkoopster werkt, kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde het UWV vast dat appellante geschikt was voor bepaalde functies met een loonverlies van circa 10%, waarna de WAO-uitkering per 6 december 2007 werd ingetrokken.
De rechtbank benoemde een psychiater als deskundige, die aanvullende beperkingen constateerde, maar niet tot volledige arbeidsongeschiktheid kwam. De bezwaarverzekeringsarts paste de Functionele Mogelijkhedenlijst aan, maar hield de arbeidsongeschiktheid onder de 15%. De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat de rechtbank terecht geen aanleiding zag om te twijfelen aan de juiste medische en arbeidskundige beoordeling. De Raad benadrukt dat een WSW-indicatie die ruim twee jaar later is vastgesteld, niet betekent dat ten tijde van de WAO-schatting functies op de vrije arbeidsmarkt buiten bereik lagen. De criteria voor WSW en WAO verschillen, en het ontbreken van medische onderbouwing van de WSW-duurbeperking is doorslaggevend.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering. Er wordt geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens juiste medische en arbeidskundige beoordeling.