ECLI:NL:CRVB:2010:BN8635
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAJONG-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante vroeg een WAJONG-uitkering aan op grond van verminderde functionele mogelijkheden door hoofdpijnklachten. Het UWV weigerde de uitkering omdat zij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest sinds 1989. Na bezwaar en aanvullende medische rapporten, waaronder van een neuroloog en psychiater, bleef het UWV bij zijn standpunt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het UWV een inhoudelijke beoordeling had verricht van de medische gegevens.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, stellende dat zij meer beperkingen had rond haar 17e en 18e levensjaar. De Raad oordeelde dat het UWV en de rechtbank terecht het bezwaar en de medische informatie als nieuwe feiten hadden beoordeeld. De medische rapporten gaven geen aanleiding om de belastbaarheid van appellante anders vast te stellen dan door de bezwaarverzekeringsarts. Ook was er geen bewijs dat zij om medische redenen haar opleiding niet had afgemaakt.
De Raad vond geen reden om het bestreden besluit of de uitspraak van de rechtbank te vernietigen. Er was geen grond om een medisch deskundige in te schakelen en ook geen aanwijzing dat de voorgehouden functies medisch ongeschikt waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAJONG-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.