ECLI:NL:CRVB:2010:BN8657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- J.F. Bandringa
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand vanaf 7 juli 2003. Na een signalering van de Belastingdienst over een saldo van €9.805 op twee bankrekeningen die appellant niet had gemeld, stelde het College een onderzoek in. Hieruit bleek dat appellant naast de bekende rekening twee andere rekeningen bezat die niet aan het College waren gemeld.
Het College besloot op 31 januari 2007 de bijstand met ingang van 1 december 2004 in te trekken en de kosten van bijstand over de periode tot 27 mei 2005 terug te vorderen, omdat appellant niet aan zijn inlichtingenplicht had voldaan en beschikte over vermogen boven de vermogensgrens. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het saldo op de spaarrekening niet tot zijn vermogen behoorde en dat hij niet duidelijk was geïnformeerd over de meldingsplicht van nieuwe rekeningen. De Raad oordeelde dat het saldo op de rekening wel tot het vermogen behoort en dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden. De Raad bevestigde het besluit van het College en de uitspraak van de rechtbank, en wees de grieven van appellant af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens overschrijding van de vermogensgrens en schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.