ECLI:NL:CRVB:2010:BN8706
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende bewijs van bijstandsbehoefte
Verzoekster diende een aanvraag om bijstand in, waarbij zij ontkende in het voorafgaande jaar zelfstandig werk te hebben verricht. Het Dagelijks Bestuur ontdekte dat zij in die periode als eigenaar van drie eenmanszaken was ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Verzoekster verklaarde dat deze inschrijvingen uitsluitend bedoeld waren om leningen via internet te verkrijgen, maar kon dit niet aannemelijk maken met controleerbare gegevens.
Het Dagelijks Bestuur liet de aanvraag buiten behandeling vanwege het niet overleggen van gevraagde bewijsstukken, waarna bezwaar en beroep volgden. De rechtbank oordeelde dat de aanvraag inhoudelijk beoordeeld moest worden. Het Dagelijks Bestuur wees de aanvraag uiteindelijk af wegens onvoldoende duidelijkheid over de bedrijfsactiviteiten en de bijstandsbehoefte.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze afwijzing. Verzoekster had de bewijslast om aan te tonen dat zij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde, maar slaagde hier niet in. De Raad vond dat de inschrijvingen in het handelsregister niet alleen bedoeld waren voor het verkrijgen van leningen en dat de overgelegde gegevens van de Belastingdienst niet voldoende waren om anders te oordelen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende bewijs van bijstandsbehoefte.