ECLI:NL:CRVB:2010:BN9376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering per 29 juli 2006 wegens onvoldoende bewijs toename arbeidsongeschiktheid
Appellant, wonende te een woonplaats, had een WAO-uitkering toegekend gekregen met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%. Na een herbeoordeling in 2006 werd de uitkering herzien naar 80% of meer arbeidsongeschiktheid per 29 juli 2006. Appellant betwistte deze ingangsdatum en stelde dat zijn beperkingen al vanaf 4 juli 2003 waren toegenomen.
De rechtbank ’s-Gravenhage oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was dat appellant vanaf 2003 onafgebroken volledig arbeidsongeschikt was. De medische rapportages, waaronder die van bezwaarverzekeringsarts Van Duijn en psychiater Rambharos, ondersteunden een verslechtering vanaf medio 2006. Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe medische stukken overgelegd die een eerdere toename aantonen.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding om een deskundige te benoemen en vond de motivering van de rechtbank voldoende. Er is ook geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering per 29 juli 2006 wegens onvoldoende bewijs van eerdere toename van arbeidsongeschiktheid.