ECLI:NL:CRVB:2010:BN9504
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij inhouding bijstandsuitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker, die een bijstandsuitkering ontvangt, had bezwaar gemaakt tegen inhoudingen op zijn uitkering wegens terugvordering van kosten over eerdere perioden. Na gedeeltelijke vernietiging van het bezwaar door de rechtbank, verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening om de inhoudingen op te schorten.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen omdat er geen sprake is van een spoedeisend belang. De uitkering van verzoeker ligt ondanks de inhoudingen nog boven de beslagvrije voet van negentig procent van de geldende bijstandsnorm.
Daarnaast is verzoeker inmiddels verhuisd naar een woning die vanwege zijn gezondheidssituatie is toegewezen en heeft hij bijzondere bijstand ontvangen voor verhuiskosten. De stelling dat er sprake zou zijn van bedreigende schulden en dreigende beslaglegging is niet met objectieve en verifieerbare gegevens onderbouwd.
De voorzieningenrechter concludeert dat de behandeling van de bodemprocedure kan worden afgewacht en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er zijn geen redenen voor het opleggen van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.