ECLI:NL:CRVB:2010:BN9573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Terugvordering persoonsgebonden budget en belangenafweging invordering
Appellante ontving een persoonsgebonden budget (PGB) voor haar zoon voor de jaren 2006 en 2007. Het Zorgkantoor stelde vast dat een deel van het PGB in 2007 niet aan zorg was besteed en vorderde dit bedrag van € 10.423,34 terug. Appellante maakte bezwaar tegen deze terugvordering en vroeg om een betalingsregeling.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde de terugvordering. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de terugvordering terecht is omdat het bedrag niet aan zorg is besteed en de wijziging van de Regeling subsidies AWBZ de overheveling van niet besteed budget naar een volgend jaar niet meer toestaat. Appellante kon en moest weten van de verrekening van bedragen tussen jaren.
Wel oordeelt de Raad dat het Zorgkantoor bij het invorderen van het bedrag een belangenafweging had moeten maken, waarbij rekening gehouden moet worden met de financiële situatie van appellante. Het Zorgkantoor heeft nagelaten het invorderingsbesluit te heroverwegen na het bezwaar, waardoor het besluit tot invordering vernietigd wordt en het Zorgkantoor wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De Raad veroordeelt het Zorgkantoor tevens in de kosten van het beroep en hoger beroep.
Uitkomst: De terugvordering van het niet bestede PGB-bedrag is terecht, maar het invorderingsbesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende belangenafweging.