ECLI:NL:CRVB:2010:BN9645

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-223 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • D.J. van der Vos
  • J. Riphagen
  • C.P.M. van de Kerkhof
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening uitspraak WAO wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot herziening van de uitspraak van 19 december 2008 betreffende zijn WAO-aanspraken. Hij stelde dat er sprake was van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van jurisprudentie en dat nieuwe feiten en omstandigheden aan het licht waren gekomen.

De Raad heeft het verzoek onderzocht en geoordeeld dat een hernieuwde discussie over de zaak alleen mogelijk is indien er nieuwe feiten of omstandigheden zijn zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Na beoordeling van de ingediende stukken, waaronder een rapport van het Instituut Psychosofia, concludeerde de Raad dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen.

Daarom is het verzoek om herziening afgewezen. Tevens heeft de Raad overwogen dat er geen gronden aanwezig zijn om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. De beslissing is uitgesproken door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 oktober 2010.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

09/223 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 december 2008 (07/3047 WAO en 07/3648 WAO),
in het geding in hoger beroep tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 6 oktober 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 19 december 2008 (07/3047 WAO en 07/3648 WAO).
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 juli 2010, waar namens verzoeker mr. De Jonge, voornoemd, is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.L. Turnhout.
II. OVERWEGINGEN
1. Verzoeker heeft verzocht om “herziening op grond van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de jurisprudentie en op grond van nieuwe feiten en omstandigheden”. Verzoeker is van mening dat zijn aanspraken bij de bestreden uitspraak niet naar behoren zijn erkend. De gronden van het verzoek zijn uiteengezet in de verzoekschriften van
4 maart 2009, 9 april 2009 en het overgelegde stuk van Instituut Psychosofia, Centrum voor Spirituele Geneeswijze en Spirituele Dans, van 10 februari 2009.
2.1. De Raad overweegt dat de door de gemachtigde van verzoeker gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.2. De Raad acht echter in de verzoekschriften en het stuk van 10 februari 2009 geen nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb gelegen. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en J. Riphagen en C.P.M. van de Kerkhof als leden, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2010.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) T.J. van der Torn.
GdJ