ECLI:NL:CRVB:2010:BN9650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde ziekengelduitkering ondanks beroep op beleidsregels
Appellante ontving sinds 13 september 2005 een ziekengelduitkering die werd verminderd vanwege een verhoging van haar WAO-uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) vorderde vervolgens een bedrag van €1.651,55 terug als onverschuldigd betaalde ziekengelduitkering. Appellante maakte bezwaar tegen deze terugvordering, stellende dat de Beleidsregels schorsing, opschorting, intrekking en herziening uitkeringen 2006 (het Besluit) terugvordering niet toestonden omdat zij niet wist dat zij teveel ontving.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde vast dat het Besluit alleen ziet op schorsing, opschorting, intrekking en herziening van uitkeringen, en niet op terugvordering. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak waarin eenzelfde standpunt werd ingenomen over de toepasselijkheid van soortgelijke beleidsregels.
De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van het oordeel dat het Uwv terecht tot terugvordering is overgegaan en wees het beroep van appellante af. Tevens werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 oktober 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigd betaalde ziekengelduitkering en wijst het beroep af.