ECLI:NL:CRVB:2010:BN9652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante viel sinds 25 augustus 2000 uit haar functie wegens buik- en psychische klachten en ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.
Het Uwv besloot haar uitkering per 23 juli 2006 in te trekken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. De rechtbank oordeelde dat de medische basis van dit besluit juist was en bevestigde de geschiktheid van de functies waarop de beoordeling was gebaseerd, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst ten onrechte geen urenbeperking bevatte, verwijzend naar het protocol Angststoornissen. De Raad concludeerde echter dat dit protocol op de betrokken datum nog niet van kracht was en dat het onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig en volledig was. De FML was juist vastgesteld en de functies geschikt.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.