ECLI:NL:CRVB:2010:BN9712
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op juiste medische en arbeidskundige grondslag
Appellant heeft tegen het besluit van het UWV bezwaar gemaakt waarin zijn WAO-uitkering werd herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Hij stelde dat zijn medische beperkingen, waaronder ernstige slaapproblemen, onvoldoende waren meegewogen en dat hij niet in staat was de voorgestelde functies te vervullen.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige, psychiater G.T. Gerssen, die na uitgebreid onderzoek concludeerde dat appellant in staat was om 40 uur per week gangbare arbeid te verrichten en de beperkingen zoals opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) passend waren. De rechtbank volgde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad oordeelde dat het deskundigenonderzoek zorgvuldig en overtuigend was gemotiveerd en dat de aanvullende medische stukken van appellant onvoldoende aanleiding gaven om van het deskundigenoordeel af te wijken.
De Raad wees ook het rapport van de psychiater van appellant af, omdat de onafhankelijke deskundige deze diagnose reeds had meegewogen en geen aanleiding zag tot zwaardere beperkingen. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.