ECLI:NL:CRVB:2010:BN9958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft in januari 2008 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees deze aanvraag af omdat appellant op zijn 18e minder dan 25% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische klachten van appellant voldoende waren betrokken bij de beoordeling en dat de geschatte arbeidsmogelijkheden passend waren.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn knieklachten, clusterhoofdpijn en psychosociale problemen, waardoor hij niet in staat zou zijn de voorgelegde functies te vervullen. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat de medische stukken en verklaringen onvoldoende onderbouwing boden voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
De Raad stelde vast dat de psychosociale problematiek pas na de peildatum ontstond en dat de verzekeringsarts de klachten adequaat had beoordeeld. Ook de door appellant ingebrachte documenten boden geen aanleiding tot herziening van de beoordeling. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.