ECLI:NL:CRVB:2010:BO0015
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzoek voorlopige voorziening wegens niet betalen griffierecht
Betrokkene stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam en verzocht om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor een voorlopige voorziening. Na het overlijden van betrokkene namen de erfgenamen het verzoek over.
De Raad wees herhaaldelijk op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €107,- binnen twee weken, met meerdere aanmaningen en een uitstelverzoek. Ondanks deze waarschuwingen en een termijn van vier weken na de laatste aanmaning, werd het griffierecht niet voldaan door de erfgenamen.
Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter T.L. de Vries op 8 oktober 2010.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.