ECLI:NL:CRVB:2010:BO0017
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld op basis van eerdere WAO-beoordeling en medische rapporten
Appellante, werkzaam als cassière, meldde zich in juni 2000 ziek en ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Deze uitkering werd in 2004 ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. Tijdens een WW-uitkering meldde zij zich opnieuw ziek en ontving zij ziekengeld, dat later werd beëindigd omdat zij als arbeidsgeschikt werd beschouwd voor functies passend bij haar laatste WAO-beoordeling.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten en voerde aan dat haar beperkingen, met name aan handen en vingers, werden onderschat en dat mogelijk sprake was van het thoracic outlet syndroom. Zij stelde ook dat haar bezwaarverzekeringsarts een toezegging had gedaan om een specialist te raadplegen, wat volgens haar niet was nagekomen.
De Raad oordeelde dat de gehanteerde maatstaf voor geschiktheid in lijn was met de rechtspraak en dat de medische rapporten, waaronder die van de bezwaarverzekeringsarts Zwemer, voldoende waren onderbouwd. Het thoracic outlet syndroom werd niet aannemelijk geacht en de gestelde toezegging was niet concreet of ondubbelzinnig gedaan.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten aan een der partijen toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld en verklaart het hoger beroep ongegrond.